De leerling centraal? Onderwijsraad laat vragen onbeantwoord

Begin juli heeft de Onderwijsraad een advies uitgebracht met als titel: “De leerling centraal?”. In een kamermotie werd gevraagd hoe ons onderwijsbestel zo ingericht zou kunnen worden dat gelijke kansen, doorstroom en maatwerk weer de norm zouden kunnen worden in ons bestel. De minister en staatssecretaris vroegen vervolgens de raad wat het betekent om de leerling meer centraal te stellen, en waar, voor wie en vanuit welk perspectief dit wenselijk zou zijn.

Na het lezen van het rapport heb ik geen scherp antwoord op deze volgens mij relevante vraag. Wel geeft het rapport een mooi overzicht van hoe er door de tijd heen een golfbeweging is van het meer en minder centraal stellen van leerlingen. De raad onderscheidt vier discussies als het gaat om het centraal stellen van de leerling:

  1. Hoe kunnen de doelen van het onderwijs aansluiten op de talenten of wensen van leerlingen (pedagogisch/curriculair)?
  2. Hoe kunnen doelen bereikt worden in de vormgeving en uitvoering van het onderwijs door de leerling centraal te stellen (didactisch)?
  3. In welke mate kan de organisatie van het onderwijs rondom en vanuit de leerling georganiseerd worden (schoolorganisatie)?
  4. In welke mate kunnen individuele onderwijsroutes en –trajecten en de keuzevrijheid van leerlingen en hun ouders binnen routes georganiseerd worden (stelsel)?

Bovenstaande vragen worden in het advies slechts deels beantwoord. Kijkend naar de vraag van de minister, zou het interessant geweest zijn als er per vraag ingegaan zou zijn op goede voorbeelden en adviezen naar de school, het ministerie, inspectie, etc.

Differentiatie

Scholen in het vo bijvoorbeeld, worstelen met de vraag op welke wijze ze differentiatie vorm moeten geven. Het rapport gaat wel in op de verschillende vormen van differentiatie, zoals:

  • externe differentiatie (leerlingen worden gescheiden in klassen, afdelingen of scholen);
  • interne differentiatie (in de klas);
  • convergente differentiatie (minimumdoelen voor de gehele groep);
  • divergente differentiatie (verschillende eindtermen voor leerlingen).

Veel verder gaat het niet, en dat terwijl er in Nederlandse scholen vele interessante experimenten plaatsvinden. De interessante voorbeelden van scholen die genoemd worden, worden niet gekoppeld de kaders die gegeven worden.

Leren van (internationale) voorbeelden

Ik was kortgeleden in Amsterdam in een school waarbij volgend jaar alle leerlingen van een leerjaar op hetzelfde moment Engels krijgen, en de docenten aan een ERK-niveau zijn gekoppeld. Welke leerlingen bij welke docenten zitten kan per week verschillen.

Ook kan het vo hier leren van het po en van kindgerichte benaderingen zoals Montessori-, Dalton-, Jenaplan- en Freinetscholen. In het po worden al steeds meer van de ideeën van de traditionele vernieuwingsscholen in “gewone” scholen ingevoerd. Op welke wijze zou het vo daarvan kunnen leren en profiteren? Niet alleen als het gaat om de didactiek, maar ook om de schoolorganisatie.

En als we naar de schoolorganisatie kijken, wat zien we dan in andere landen? Scholen en stelsels zijn daar anders georganiseerd. Zo blijven leerlingen in de VS op high school in een stamgroep, en volgen ze lessen in niveaugroepen. Ik hoor van collega’s verder dat Finland, Noorwegen en IJsland zich onderscheiden door aandacht voor individueel leren en evaluatie gericht op de ontwikkeling van de leerling. Wat doen ze daar anders en waarom? Hoe bevalt dat? Zou dat bij ons wenselijk zijn, en zo ja, hoe? Het is jammer dat we dit internationale perspectief missen in dit advies.

Student, Subject and Society

Jan van den Akker, tot voor kort directeur van de SLO, leerde mij over Tyler zijn drie S-en: Student, Subject and Society. Als het gaat om het plan voor leren op school, dan verhoudt zich dat altijd in meer of mindere mate tot één van deze drie S-en. De vraag van elke school is: wat is onze visie, hoe geven we ons onderwijs vorm? En dus ook, welke S geven we welke plaats? Het gaat eigenlijk altijd om een combinatie, maar scholen verschillen in de nadruk die ze geven aan de verschillende S-en.

Nederlandse scholen worden meestal gekenmerkt door een vakkencurriculum, en daarmee is Subject erg belangrijk. Dat zie je terug in de wijze waarop het rooster vormgeven is op de havo en het vwo. Het profielwerkstuk is wat anders, daar wordt ruimte gegeven aan de interesses en talenten van de leerling (Student). Burgerschapsvorming, taal en rekenen in het vo en mbo gaan over de toekomstige rol van een leerling in de maatschappij (Society): een minimaal niveau is vastgesteld om op deel te kunnen nemen aan de maatschappij.

Het beroepsonderwijs geeft met loopbaanleren een mooi voorbeeld waarbij Student en Society bij elkaar komen: De student kiest zelf een vak, aansluitend op zijn/haar interesses en mogelijkheden (Student), om in de toekomst daarmee een rol te vervullen in de samenleving (Society).

Overbodige waarschuwing

De Onderwijsraad adviseert: verlies de maatschappelijke gevolgen niet uit het oog als het gaat om de vraag om de leerling centraal te stellen. Deze waarschuwing komt mij als overbodig over. Scholen weten volgens mij erg goed dat het nooit alleen om die éne S van Student gaat, maar ook die van Society. De vraag is volgens mij veel meer: op welke wijze kunnen we in de school op een verantwoordelijke wijze (meer) maatwerk bieden? Deze vraag is relevant voor het hele onderwijsbestel.

Waar, voor wie en vanuit welk perspectief?

De vraag was: waar, voor wie en vanuit welk perspectief is het centraal stellen van de leerling wenselijk? In de vraag klinkt door dat het anders zou moeten, maar is ons onderwijs niet goed genoeg? Hebben ouders en leerlingen niet genoeg te kiezen: van technasium tot iPad-school, zodat er altijd wel een passend onderwijsaanbod is?

De minister schrijft zelf hierover in verschillende brieven naar de Kamer, zoals in de brief van 17 februari 2016 over flexibilisering in het voortgezet onderwijs. Daarin noemt ze dat ze leerlingen wil stimuleren om het maximale uit zichzelf te halen door ze het recht te geven om vakken op een hoger niveau te volgen en een herkansing op het oorspronkelijke niveau te bieden. Het lijkt me dat het ministerie zelf al wel ideeën heeft over waarom het belangrijk is om de leerling meer centraal te stellen. De minister geeft verder aan dat veel ook binnen de mogelijkheid van de school ligt, en dat ben ik met haar eens.

Kansen voor scholen

Ik was kortgeleden op een vmbo school. Daar ging het goed: ouders waren tevreden, de inspectie had niets te klagen, de slagingscijfers waren prima en de populatie van de school groeide, ondanks de krimp in de regio. Toch wil deze school het anders gaan doen. Ze wil meer maatwerk bieden. Leerlingen lijken steeds minder gemotiveerd en het is moeilijk om nog te veranderen wanneer leerlingen één keer op een bepaald niveau zitten. De school wil op een betere manier recht te doen aan de interesses en mogelijkheden van leerlingen. De school werkt nu aan:

  • Meer eigenaarschap in het curriculum voor de leerling, door de leerling zelf in staat te stellen om eigen onderwijsdoelen te formuleren: de pedagogisch/curriculaire discussie;
  • De vormgeving en uitvoering van het onderwijs verrijken met projectonderwijs, vakkenintegratie en meer aandacht voor de interesses van de leerling: de didactische discussie;
  • De wijze waarop het onderwijs op school flexibeler georganiseerd kon worden (zoals met een ander rooster) en het gemakkelijker van één niveau naar een ander niveau kunnen overstappen: de discussie over de schoolorganisatie en, binnen de mogelijkheden van de school, het stelsel.

Ik geloof dat veel antwoorden op de vraag op welke wijze de leerling meer centraal zou kunnen staan liggen bij de school. De overheid moet ruimte bieden aan scholen om hierin stappen te zetten en het experiment niet te schuwen.

Onderwijsbestel

Dus, hierbij laten dan? Nee: de vraag hoe ons onderwijsbestel gelijke kansen, doorstroom en maatwerk beter zou kunnen organiseren is onvoldoende beantwoord. Ik ben benieuwd naar een meer systematische analyse van hoe andere landen hier mee omgaan, en welke lessen er in Nederland nu en in het verleden (toen stapelen toch een stuk gemakkelijker was) te leren zijn. Mijn oproep aan Paul van Meenen (D66): vraag de Onderwijsraad het nog maar eens …

 

Foto: De leerling van Suze Boschma-Berkhout; Foto van Ytzen. (CC BY-SA 3.0)

Interessant? Deel via :
Wim de Boer, Bloomwise