Zes uitgangspunten voor moderne taaldidactiek

De rol van ict in het leren van een nieuwe taal wordt steeds groter. Er zijn programma’s op internet, zoals DuoLingo, die het mogelijk maken om individueel een nieuwe taal te leren. Toch blijven taalcursussen heel populair.

Nederland heeft vele taalinstituten. Individuen en bedrijven maken gebruik van hun diensten. Dat heeft te maken met het feit dat leren een belangrijke sociale component heeft. Dat is niet het enige wat de taalinstituten onderscheidt van volledig digitale programma’s. De communicatieve of interactieve visie op taalleren staat vaak centraal. Hierbij is meer aandacht voor het leren door oefening in realistische situaties. Maar waar gaat het dan om, hoe doe je het? Hoogleraar Kris van den Branden uit Leuven noemt zes basisprincipes:

  1. Werken vanuit betekenisvolle activiteiten
  2. Rijke interactie
  3. Communicatief optreden én erover reflecteren
  4. Motivatie
  5. Uitdaging
  6. Inspelen op verschillen

Veelbelovend

Taalinstituten kijken steeds vaker naar de wijze waarop ict ingezet kan worden in hun programma’s, meestal in de vorm van blended learning. Dat lijkt nog niet zo eenvoudig, ict belooft vaak veel, maar kent in de praktijk zijn beperkingen. Zo ervaren docenten dat ze beperkt zijn in het aanpassen van digitale middelen, is differentiëren niet eenvoudig en missen ze overzicht op wat cursisten gedaan hebben.

Kenmerken

Dus wat betekent moderne taaldidactiek voor de digitale leeromgeving? Ik geef aan de hand elk principe een aantal kenmerken:

Principes Kenmerken leeromgeving
1.    Werken vanuit betekenisvolle activiteiten
  • Bevat authentieke leeractiviteiten
  • Eenvoudig aanpassen beschikbare leeractiviteiten en aanmaken van nieuwe leeractiviteiten
  • Deelnemers keuze bieden uit verschillende activiteiten om een doel te behalen
2.    Rijke interactie
  • Tools als blogs en berichten
  • Mogelijkheid om discussies te voeren over leermiddelen
  • Mogelijkheden om op alle bijdragen van deelnemers op verschillende manieren feedback te geven, dus ook gesproken
  • Digitale werkplaatsen waar deelnemers kunnen samenwerken
3.    Communicatief optreden én erover reflecteren
  • Digitaal Portfolio
  • Evaluatie-instrumenten als zelf/peer-evaluatie, rubrics en observaties door assessors
4.    Motivatie
  • Verschillende mogelijkheden voor keuze, differentiatie en ondersteuning
  • Adaptieve trajecten
  • Sociale contexten als een werkplaats en mogelijkheden om vragen te stellen
  • Bieden van gedetailleerde feedback (door bijvoorbeeld rubrics) om zo een cursist inzicht te verschaffen in de taalontwikkeling
5.    Uitdaging
  • Overzicht van de doelen of competenties in een leerlijn of een referentiekader (ERK) zodat inzicht in de voortgang gegeven wordt
  • Mogelijkheden voor deelnemers om eigen doelen te stellen en activiteiten/oefeningen te plannen
6.    Inspelen op verschillen
  • Afwisselend aanbod van werkvormen, opdrachten en groeperingsvormen
  • Inzicht voor de docent voor wat een ieder nodig heeft

 

Ingewikkeld en onbetrouwbaar

Al meer dan twintig jaar worden digitale platformen ingezet in taalonderwijs. Waar ict eerder nog ingewikkeld en onbetrouwbaar leek, lijkt het er nu op dat de voordelen van de inzet van digitale oplossingen opwegen tegen de moeite en kosten. Het gaat er uiteindelijk om of de docent een rijkere leeromgeving kan bieden die hem didactisch kan ondersteunen in zijn werk, zodat de cursist op een prettige, uitdagende manier succesvol een nieuwe taal verwerft.

Flexibel en uitdagend

De nieuwe generaties digitale leeromgevingen zoals Bloomwise moeten flexibele en uitdagende mogelijkheden bieden om een betere invulling te geven aan blended-learning, om zo het leren betekenisvoller, rijker, communicatiever, motiverender en uitdagender te maken.

Interessant? Deel via :
Dino Huremovic, Bloomwise