Betekenisvol onderwijs heeft de toekomst

Het onderwijs is volop in beweging. De onderwijsraad reageerde in de zomer nog op het centraal stellen van de leerling (zie mijn blog). Ik constateer dat meer en meer scholen op zoek zijn naar betekenisvol onderwijs. Wat is dat, en waar komt het vandaan? In deze blog ga ik op deze vragen in.

Toekomstgericht onderwijs

Vorig jaar leverde Paul Schnabel in opdracht van OCW het advies Onderwijs2032 op en concludeerde dat toekomstgericht onderwijs vraagt om de volgende ingrediënten:

  • Grotere nadruk op persoonsvorming (naast kennisontwikkeling en maatschappelijke vorming);
  • De basis beperken en vastleggen in een kerncurriculum;
  • Leraren krijgen meer ruimte om hun onderwijsaanbod in te richten naar de behoeften en ambities van hun leerlingen.

Onderwijs2032 is niet een eindpunt, maar een begin. In 2018 start curriculum.nu met 130 leraren, 18 schoolleiders en ruim 80 scholen. Er wordt gekeken naar wat leerlingen in het po en vo moeten kennen en kunnen voor negen leergebieden.  Daarna zullen de kerndoelen en eindtermen geactualiseerd worden.

Recht doen aan verschillen

Wat duidelijk is, is dat het onderwijs van de (nabije) toekomst meer rekening zal houden en recht zal doen aan verschillen tussen leerlingen. Het gaat dan om verschillen in capaciteiten, talenten, interesses, motivatie, leer- en denkvoorkeuren, persoonskenmerken en sociale en culturele achtergrond.

SLO stelt in de Curriculumspiegel 2017 vast dat recht doen aan verschillen het uitgangspunt is voor maatwerk. Ze stelt dat er meer flexibiliteit in keuzes en meer differentiatie in leerroutes/methoden zal moeten komen. Interessant is ook dat SLO pleit voor een heroriëntatie op het gebied van toetsing met een grotere rol voor formatief evalueren waarbij het curriculum leidend is (en niet de toets).

21e eeuwse vaardigheden

SLO en Kennisnet werken daarnaast al langer samen aan de 21e eeuwse vaardigheden: kritisch en creatief denken, probleemoplossen en mediawijsheid. In de Curriculumspiegel pleit SLO voor meer samenhang in het onderwijsaanbod, wat moet leiden tot betekenisvol(ler) leren en betekenisvolle leeropbrengsten. De 21e eeuwse vaardigheden kunnen volgens mij niet los gezien worden van een meer integrale onderwijsbenadering, waarbij betekenisvol leren een belangrijk uitgangspunt vormt.

Betekenisvol leren

Brigid Barron en Linda Darling-Hammond van Stanford University hebben in een toegankelijk artikel een overzicht gegeven van onderzoek naar betekenisvol onderwijs. Daaruit blijkt het volgende:

  • Leerlingen leren “dieper” wanneer ze schoolse kennis kunnen toepassen in echte problemen, en wanneer ze deelnemen aan projecten die langdurige betrokkenheid en samenwerking vereisen;
  • Actieve leerervaringen hebben een meer significante impact op de prestaties van de leerling dan welke andere variabele dan ook, inclusief het effect dat achtergrond en eerdere prestaties hebben op leerprestaties;
  • Leerlingen zijn het meest succesvol wanneer ze naast “gewoon leren” ook leren hoe ze moeten leren.

Vernieuwende didactieken

Betekenisvol leren zou wat mij betreft een steeds grotere rol moeten gaan spelen in onderwijs. De wijze waarop kan verschillen, zoals Barron en Darling-Hammond ook laten zien. Het kan bijvoorbeeld door bijvoorbeeld:

  • Coöperatief leren: Kleine teams doen verschillende leeractiviteiten om hun begrip van een onderwerp te verbeteren;
  • Onderzoekend leren: Een leerlinggerichte, actieve leeraanpak gericht op vragen stellen, kritisch denken en het oplossen van een probleem;
  • Project-gebaseerd leren: leerlingen verkennen echte problemen en uitdagingen, ontwikkelen vakoverschrijdende vaardigheden in kleine groepjes;
  • Probleemgestuurd onderwijs: leerlingen leren door het proces van het oplossen van een probleem.

Decennia van onderzoek laat zien dat de voordelen van onderzoekend- en samenwerkend leren leerlingen helpt de nodige kennis en vaardigheden te ontwikkelen om succesvol te zijn in een snel veranderende wereld.

Vernieuwende scholen en methoden

De zogenaamde vernieuwingsscholen in het po en het vo hebben vaak veel aandacht voor betekenisvol leren. In het vo zien we het Technasium en cultuurprofielscholen.
Er zijn met name in het po nieuwe uitgevers die met een integraal methodeconcept een school helpen een (vakken) geïntegreerd en meer betekenisvol onderwijs te vorm te geven. Voorbeelden zijn het IPC curriculum, DaVinci en Alles in 1.
In het MBO staat betekenisvol leren centraal, zoals ik eerder beschreef in een blog over loopbaanleren. Zelfsturing en medezeggenschap vormen hier ook belangrijke kenmerken van het onderwijs.

De (digitale) leeromgeving

Betekenisvol onderwijs waarbij meer recht gedaan moet worden aan verschillen tussen leerlingen, het vraagt nogal wat van de school en de leraar. Het vraagt ook wat van de leerplannen, van de leermiddelen en de systemen waarmee scholen het onderwijs inrichten. Dat zal meer en meer digitaal worden, want flexibiliteit op het gebied van leerplannen, didactiek en groeperingsvormen maakt onderwijs complexer. Denk maar aan de planning, het zoeken van de juiste leermiddelen en de voortgang van leerlingen.

De digitale leeromgeving was altijd al een toolbox voor de leraar en de school. Deze tools zullen steeds meer mogelijkheden moeten bieden om ook op curriculair gebied leraren te ondersteunen. Ook zal de eenheid van werken niet langer alleen meer de klas en de methode moeten zijn, maar de individuele leerling (die in verschillende groepen kan zitten) en goed gemetadateerde leermiddelen die eenvoudig in passende arrangementen gezet kunnen worden. Hier ligt een opdracht voor methodemakers, voor curriculumontwerpers, voor de partijen die zich bezig houden met bruikbare onderwijsstandaarden en onderwijs-ICT aanbieders.

 

Foto: Matheus Bertelli

Interessant? Deel via :
Wim de Boer, Bloomwise