Het digitaal portfolio voor leren met meer eigenaarschap

Gepersonaliseerd leren is een belangrijk begrip voor toekomstgericht onderwijs. Scholen en onderwijsinstituten zijn op zoek naar hoe talentontwikkeling vorm zou kunnen krijgen. Een toepassing die niet nieuw is, maar de laatste tijd hierbij steeds meer aandacht krijgt, is het digitaal portfolio. Wat is het precies en op welke wijze zou dit een bijdrage kunnen leveren aan een vernieuwende onderwijsvormen?

Definitie

Voor het evalueren van het geleerde worden vaak toetsen gebruikt, maar er zijn ook andere vormen van evaluatie mogelijk. Portfolio’s worden al langere tijd in vormen van onderwijs gebruikt waar andere manieren van het volgen van leervorderingen en het tonen van competenties van belang zijn. Er is echter een verscheidenheid aan definities van wat een portfolio is. De volgende kenmerken worden vaak genoemd:

  • het gaat om een verzameling werk van leerlingen/studenten;
  • ze stellen zelf het portfolio samen;
  • de ontwikkeling/groei wordt hierin bijgehouden;
  • de eigen reflectie is essentieel;
  • de docent verzorgt de instructie en de begeleiding.

Een belangrijk kenmerk is dus dat bij de inzet van een digitaal portfolio  leerlingen/studenten aangemoedigd worden om meer verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces te nemen.

Zelfsturing

De Universiteit van Maastricht heeft een meta-analyse gedaan naar de inzet en het gebruik van digitale portfolio’s in het beroepsonderwijs en dan meer specifiek naar hoe het portfolio het meeste effect kan hebben als het gaat om het vormgeven van het eigen leerproces. Onderdeel daarvan is zelfevaluatie, het formuleren van eigen doelen en het selecteren van taken.

De Universiteit van Maastricht concludeert dat de inzet van portfolio’s het meest effectief is als leerlingen en studenten geholpen worden met het zelf sturen van het hun leerproces. Docenten moeten daarbij een coachende rol (kunnen) aannemen. Ook moeten ICT faciliteiten goed geregeld zijn. Evaluatie vormt een essentieel onderdeel van het leren, waarbij samenwerking, integratie met het curriculum en competentie-gebaseerde taken belangrijke elementen zijn. Het portfolio zou het mogelijk moeten maken om doelen te stellen, taken te analyseren, leren te plannen en een zelfevaluatie te houden.

Primair onderwijs

De SLO heeft gekeken naar de wijze waarop het portfolio in het po een alternatief zou kunnen vormen voor toetsen. In het onderzoek naar digitale taalportfolio’s werd duidelijk dat de portfolio’s kunnen verschillen in de mate van zelfsturing.

In opdracht van de Kennisrotonde keek Diana Baas naar de inzet van portfolio’s in het po en concludeerde dat de inzet van portfolio’s niet bijdragen tot hogere leerresultaten, maar wel een bijdrage leveren aan schrijfvaardigheden, zelfregulatie, feedbackvaardigheden en vertrouwen in eigen kunnen bij leerlingen. Dit heeft duidelijk verband met de reden waarom portfolio’s vaak ingezet worden: meer eigenaarschap bieden aan studenten en leerlingen.

Een tijdje geleden was ik op bezoek bij een Jenaplanschool. Het portfolio vormt daar een belangrijke rol in het onderwijs. De leerlingen plannen binnen de kaders die leerkrachten aangeven aan welke doelen ze werken en verzamelen hun ‘bewijsstukken’ in een map. Dit wordt in korte gesprekken met de ouders en de leerkracht besproken, de leerling geeft dan aan wat hij of zij gedaan heeft en wat er geleerd is.

Flexibele leeromgeving

Deze innovatieve wijze van werken staat niet op zichzelf. Er zijn meerdere scholen die via het Doorbraakproject van de PO-Raad/Kennisnet hebben aangegeven dat ze willen werken met een digitaal portfolio. Belangrijkste vraagstuk is daarbij dat het digitaal portfolio als leerlingvolgsysteem ingezet kan worden, waarbij de leerroute van de leerling centraal staat.

Het vraagt om een (digitale) leeromgeving die veel flexibeler ingezet moet kunnen worden dan dat tot nu toe het geval was. Het samenspel van doelen, inhouden, activiteiten, evaluatie en voortgang moet in te stellen en vorm te geven zijn door docenten samen met leerlingen/studenten. De docent moet ook kunnen aangeven in welke mate de leerling/student zelf zijn of haar route zou kunnen bepalen.

De Jenaplan school werkt met papier, borden en mappen. Ze hebben nog geen digitale oplossing gevonden die de flexibiliteit geeft die ze nodig hebben. Het overzicht (onder meer op voortgang) is wel een probleem, evenals het vele werk. Slimme en flexibele digitale oplossingen zouden een belangrijke volgende stap kunnen zijn.

 

Foto: dbambic

Interessant? Deel via :
Wim de Boer, Bloomwise